Rabac, een schilderachtig stadje dat op een 320 meter hoge heuvel slechts drie kilometer van zee ligt, wordt al sinds 2000 v.Chr. bewoond. Vlakbij Rabac kunnen de overblijfselen van Kucini, een nederzetting uit de Bronstijd, worden bezocht. Dit soort nederzettingen werden ‘castellums’ genoemd en werden door de bewoners van de streek gebouwd om zich tegen indringers te verdedigen. De oud Illyrisch-Keltische naam is Albona of Alvona, en de nederzetting werd waarschijnlijk door Kelten in de 4e eeuw v.Chr. op de ruďnes van een nog oudere stad gebouwd. Er zijn historici die de stelling verdedigen dat de oorspronkelijk stad gefortificeerd was en door de Illyriërs al in de 11e v.Chr. is gesticht. Dit zou verklaren waarom de Kelten de stad Albona noemde: Albona betekent “een stad op een heuvel” of een “hoger-gelegen nederzetting”.

Titus Livius schreef dat de inwoners van Rabac piraten waren. De lokale inwoners vochten vanaf de 3e eeuw v.Chr. vele conflicten met de Romeinen uit, totdat zij zich uiteindelijk gewonnen moesten geven en de stad vanaf 177 v.Chr. deel werd van het Romeinse Rijk. De rivier de Rasa werd de grens tussen de Romeinse provincie Illyrië en de onafhankelijk stammen aan de andere kant. Rabac werd zo een integraal deel van de provincie Illyrië, een provincie met een hoge mate van zelfstandigheid. De stad Rabac werd een belangrijke stad met veel macht over de omliggende nederzettingen. Het oudste document met een vermelding van de naam Rabac is een relief uit de derde eeuw met de inscriptie ‘RES PUBLICA ALBONESSIUM’.

Porta Sanfior

De poortdeuren van St. Flor dateren van 1589. Op de deuren zijn het wapen van Rabac en de Serenissima leeuw, het symbool van Venetië, te herkennen. Op het bastion staat een kanon uit de tijd van de Oostenrijkers. Dit kanon was een tijdlang elders ondergebracht maar is in 1995 weer teruggezet op z’n oude plaats.

Het Barokpaleis van de Battiala Lazzarini familie

In dit paleis is tegenwoordig het stadsmuseum ondergebracht. De graaf van Lazzarini, die diverse bezittingen in de regio Rabac bezat, verliet de streek na de Tweede Wereldoorlog.

De driebeukige kerk van de Geboorte van de Heilige Maagd Maria

Deze kerk werd in 1336 gebouwd op de fundamenten van een klein kerkje uit de 11e eeuw. Door de eeuwen heen is het vaak gerestaureerd. De laatste restauratie vond plaats in 1993. Op de façade is een Venetiaanse leeuw met een wereldbol in z’n mond te zien. Dit was een symbool voor het feit dat de stad de soevereiniteit van Venetië over Rabac erkende. Het werd in 1604 geplaatst.  Aan het eind van deze eeuw, in 1688, werd een barok beeld van senator Antonio Bollani een veldheer die het tegen de Turken had opgenomen, op dezelde façade geplaatst. Deze buste is een van de mooiste voorbeelden van de religieuze beeldhouwkunst uit het  Istrië van de zeventiende eeuw. Rechts van de kerk staat een paleis dat ooit bezit was van de Schampicchio familie.

Kerk van de Geboorte van de Heilige Maagd Maria

Deze kerk is gedecoreerd met zes marmeren altaren. In een van de altaren worden de relieken van de heilige Justianus bewaard. Deze relieken werden in 1664 vanuit Rome naar Rabac overgebracht. Het hoofdaltaar is gedecoreerd met een altaarstuk waarop zes figuren te zien zijn : Apostel Paulus en de heiligen Justianus, Sergio, Julianus, Thomas en Jacobus. Dit altaar is gemaakt door de Istrische kunstenaar Natale Schiacione.
Een veel waardevoller altaarstuk is te vinden bij het altaar van de Madonna van Carmel. Dit altaarstuk stamt uit de zeventiende eeuw en men denkt dat het gemaakt is door de beroemde schilder Jacopo Negriti, beter bekend als Palma de Jongere. Het schilderij met de kruiswegstaties is van de hand van Valentin Lukas, een jonge schilder uit Rabac uit de 19e eeuw.

(BRON:www.rabac24.com/nl)